Allemaal willen we de hemel staat al jaren zonder twijfel bovenaan in mijn lijst met favoriete boeken. Het betoverde me bij eerste lezing en raakt me bij elke herlezing opnieuw. Ik kan dit boek niet vaak genoeg aanraden.
De Vlaamse Jef en Ward vormen de spil van het verhaal. Beste vrienden. Naïef en idealistisch. Ze dromen van een leven als held en hebben in 1943 het plan om aan Duitse zijde tegen de Russen te vechten aan het oostfront. Ward gaat, Jef wordt tegengehouden door zijn ouders: ‘Het zal niet gebeuren dat ook maar één van ons zijn leven waagt voor die belachelijke oorlog. (…) Als Ward wel meedoet, dan kennen wij hem niet meer.’
Hun beider (gedwongen) keuze verandert alles. Ward is voortaan een landverrader en ‘dikke lafaard’; Jef, zijn zus Renée (Wards geliefde) en hun kleine broertje Remi (idolaat van Ward) mogen van hun ouders niets meer met Ward van doen hebben. Jef wil echter aan Ward bewijzen dat hij wel degelijk ook de wapens had willen oppakken en ‘het goede’ had willen doen – met fatale gevolgen.
Allemaal willen we de hemel is een lijvig, meerstemmig boek. Een kadervertelling omlijst de gebeurtenissen, die in en vlak na de Tweede Wereldoorlog spelen. Deze gebeurtenissen worden niet-chronologisch en vanuit vier perspectieven (Ward, Jef, Renée en Remi) verteld. Het geheel is meer dan knap geconstrueerd. Vlak voor het einde krijg je als lezer een mokerslag van jewelste toegediend die alle ideeën over goed-fout, zwart-wit en liefde-verraad op z’n kop zet. Meer over dit geweldige boek lees je in dit artikel dat ik er ooit over schreef (bevat spoilers).

