In september 2022 stak Nika Shakarimi, 16 jaar, haar hoofddoek in brand als protest tegen het Iraanse regime. Ze kwam op voor haar leven en vrijheid en moest dat met de dood bekopen. Delphine Minoui heeft haar, en vele andere Iraanse meiden, willen eren en een stem gegeven in Badjens.
In het verhaal is de 16-jarige Zahra aan het woord (haar personage is gebaseerd op Nika’s verhaal). Tijdens een demonstratie denkt ze terug aan de vele gebeurtenissen die haar hebben gevormd en tot strijd hebben aangezet. Heftige gebeurtenissen zijn het, die binnenkomen vanwege de misogynie en onrechtvaardigheid. ‘Ik ben een doodgeboren meisje in een land dat een schim van me heeft gemaakt’, zegt Zahra.
Zij spreekt in korte zinnen waarin heel vaak het woord ‘ik’ valt. Dat onderstreept enerzijds de ervaring, het persoonlijke: dit is háár verhaal (terwijl het tegelijkertijd het verhaal van vele andere meisjes is). Anderzijds past de woordkeuze bij Zahra’s innerlijke conflict: er zijn twee ‘ikken’ – twee versies van haar, ‘een binnen en een buiten. Het opgelegde leven en het mijne.’
Badjens is een actueel en urgent verhaal dat jongeren aan het denken zal zetten over rechten die niet vanzelfsprekend zijn en bevochten moeten (blijven) worden. Minoui is een Frans-Iraanse journalist en schrijfster. Voor Badjens sprak ze met Iraanse meisjes en vrouwen. De roman verscheen in 2024 en is vorig jaar naar het Nederlands vertaald door Ursula Teijink.

