Doe mij maar dicht

Wat een prachtige titel voor een boek: Doe mij maar dicht. Dat het soms even niet gaat, dat je niet weet hoe, dat je er het liefst even niet bent – het zit er allemaal treffend in vervat. Tegelijkertijd wil je dit boek niet dichtdoen, hoe zwaar de inhoud ook is. 

Liedewij zit in haar eindexamenjaar en is ‘stuk’. Ze heeft geen plezier meer in dingen, ziet vreemde verschijnselen en wordt enorm geraakt door zaken die eerder niet belangrijk leken. Haar omgeving heeft lange tijd weinig oog voor haar depressie. In korte gedichten verwoordt Liedewij haar gevoelens: 

ik ben niemand 

ik heb geen naam 

er is geen ik 

er is niets te zeggen 

dit is geen gedicht 

Inhoud en vorm versterken elkaar in deze roman. Gladdines speelt, zoals de dichtregels illustreren, een spel met wat wel of niet ‘echt’ is en wie dat bepaalt. Is iets er niet als je er niet in gelooft? Of als je opschrijft dat het niet zo is? En hoe zit dat als je dissociatieve gedachten hebt? 

De opbouw maakt mooi duidelijk hoe het ‘misgaat’ in Liedewij’s hoofd en hoe ze besef van werkelijkheid en tijd verliest. Voor de lezer is Doe mij maar dicht daardoor geen duidelijk gekaderd of afgerond verhaal en dat is mooi. Een verhaal dat dat wel was, zou mijns inziens geen recht doen aan de heftige thematiek. Gladdines schrijft onomfloerst en rauw over Liedewij’s gevoelens en gedachten aan zelfdoding. Dat maakt het boek confronterend, maar in combinatie met de vorm ook indrukwekkend.