Een vloek zo eenzaam 

In de YA-literatuur verschijnen veel hervertellingen van sprookjes, zoals Cinder van Marissa Meyer, Skyestone van Adriana Giovanni of Mermaid van Louise O’Neill. Ook Een vloek zo eenzaam van Brigid Kemmerer (vertaald door Merel Leene) is een sprookjesbewerking, en wel van Belle en het beest. 

In deze moderne interpretatie is Rhen, de kroonprins van Sinteldaal, vervloekt. Hij beleeft de herfst van zijn 18e levensjaar telkens opnieuw en verandert aan het eind ervan in een monster. De vloek kan alleen worden verbroken als een meisje écht verliefd op hem wordt. En dus rooft zijn lijfwacht en beste vriend Grey meisjes uit de ‘gewone’ wereld. Een van hen is Harper, die haar eigen zorgen heeft. Haar familie heeft grote schulden en haar moeder ligt op sterven. Biedt een andere wereld soelaas? Kiest ze voor zichzelf, of voor haar familie? En raakt ze, ondanks haar stellige overtuiging dat het niet zo is, niet toch verliefd op Rhen? 

Een vloek zo eenzaam is het eerste deel in de Vervloekt-trilogie. Het is vlot geschreven, zet aan het denken over stereotypen en moraal in sprookjes en heeft een cliffhanger die je meteen naar deel 2 brengt. Sprookje van toen meets romantasy van nu.