Over de Tweede Wereldoorlog zijn veel historische romans geschreven. Zelden verhalen die over het vergissingsbombardement op Nijmegen in februari 1944. Grondvuur van Mirjam Gielen gaat wel over deze gebeurtenis en de impact ervan. De YA-roman vertelt echter vooral een familiegeschiedenis en benadrukt hoe een familie verwoest kan worden door tegengestelde denkbeelden, niet-verwerkte trauma’s en geheimen.
De 17-jarige Julia stuit op een dag op een familiegeheim. Ze ontdekt brieven die haar oma Ans tijdens en na de Tweede Wereldoorlog schreef. Oma Ans en Julia’s moeder, Eva, hebben al jaren geen contact meer. De reden wordt duidelijk in de brieven: tijdens de oorlog stond Ans’ familie aan de kant van de Duitse bezetter. Ans, destijds een tiener, besefte niet dat haar gezin daarmee ‘fout’ was, maar maakte wel onvergeeflijke keuzes. Na de oorlog trouwt ze met Ferd, wiens broer in het verzet zat. Aan hem, en later aan hun kinderen, vertelt Ans nooit dat ze opgroeide in een NSB-gezin.
Eva kan haar moeder de jarenlange leugens niet vergeven: ‘mensen konden fout zijn, fouten maken. Dat was nu eenmaal zo. Maar het jarenlange bedrog…’ Het gebroken vertrouwen werkt door in de moeder-dochterrelaties: Eva accepteert niet dat haar moeder vertelt hoe ze haar leven moet leiden en wil het voor haar eigen kinderen beter doen. Die bemoeienis ervaart Julia als beklemmend.
Het verhaal kent drie vertelstemmen: die van Julia in het heden, die van Eva in de jaren 80 van de vorige eeuw (Eva is dan 19 jaar oud) en die van de 14-jarige Ans in 1944. Die vertelwijze houdt het verhaal spannend en maakt voelbaar hoe verzwegen verdriet doorwerkt in familierelaties. Gielen zegt daarover in haar nawoord: ‘Niet verwerkte trauma’s gaan als “grondvuur” ondergronds en smeulen daar verder. Af en toe laaien ze op en branden, ook na tientallen jaren nog, gaten in families, gezinnen en relaties.’

