Ik geef je de zon is een fenomenale roman van Jandy Nelson, die enorm veel indruk maakte toen ik ‘m voor het eerst las. Eigenzinnige personages, filosofische inzichten, een overrompelde liefde voor kunst en het leven: ik verdween helemaal in de wereld van hoofdpersonages Jude en Noah.
Tot hun dertiende waren zij, een tweeling, onafscheidelijk. Drie jaar later is hun wereld overhoopgegooid en is alles anders. Jude en Noah lijken beiden in niets meer op hun vroegere zelf en praten amper nog met elkaar. Hun gedeelde wens om toegelaten te worden tot de kunstacademie zorgt voor een hevige concurrentiestrijd en die leidt tot een onvergeeflijke daad.
Wat is er gebeurd? Hoe kunnen Jude en Noah zichzelf en elkaar zo zijn kwijtgeraakt? Als lezer kom je er stukje bij beetje achter, doordat broer en zus allebei een deel van het verhaal in ik-vorm vertellen (13-jarige Noah het ‘ervoor’; 16-jarige Jude het ‘erna’). Ik geef je de zon is overladen met lof, en terecht. Het is een geweldig geschreven en knap gecomponeerd verhaal over liefde, de kracht van verbeelding en het vinden van schoonheid in verlies.

