Merel

In Merel van Sarah Moon wordt de veertienjarige Merel gevonden op het dak van haar middelbare school. Iedereen denkt dat ze wilde springen. Hoewel dat niet het geval is, moet Merel in therapie. Er zijn veel sessies nodig voordat ze durft te vertellen wat ze wél op het dak deed: meegevoerd worden door de vogels. Merel vertoont kenmerken van dissociatie. Als ze hevige stress ervaart, heeft ze het gevoel te kunnen vliegen. Haar psycholoog, dokter Katz, beschrijft het mooi: ‘Krijgt ze daadwerkelijk vleugels en zweeft ze door de lucht? Wij zouden het niet zien. Maar voor haar is het absoluut de realiteit.’ 

Stressvolle situaties zijn er veel voor Merel. Ze woont in Brooklyn, maar gedijt beter in een prikkelarme omgeving, haar moeder verwacht veel van haar en op school vindt ze geen aansluiting bij leeftijdsgenoten, die haar uitschelden voor Oreo. Dokter Katz weet tot Merel door te dringen door haar te laten schrijven en naar rockmuziek te laten luisteren. De muziek raakt Merel: ze hoort er de pijn in terug die ze niet kan uiten. Muziek blijkt haar redding: die helpt haar de confrontatie aan te gaan met haar angsten en brengt haar ‘met beide benen op de grond’.  

Het verhaal wordt grotendeels chronologisch verteld in de ik-vorm en bestrijkt zo’n zeven maanden. Moon schrijft vlot en met humor en weet Merels gedachtewereld geloofwaardig neer te zetten. Het contrast tussen de slimme, fantasierijke Merel en het stille, teruggetrokken meisje dat de wereld te zien krijgt, is mooi neergezet. Merel is een fijn, realistisch en ontroerend verhaal over angst, hoop en jezelf vinden. 

Van Sarah Moon verscheen ook Middletown, dat helaas (nog) niet naar het Nederlands is vertaald.