Onderstroom

Een verhaal over vriendschap, ontluikende liefde en groepsdruk, dat is Onderstroom van Goedele Ghijsen. 

De vijftienjarige Aylin en haar vrienden wonen in een Vlaams grensdorpje waar weinig te beleven valt. Ze groeien op onder een stolp en leren dat de buitenwereld en ‘de ander’ bedreigend zijn. Zomervakantie betekent zes weken verveling. In de broeierige hitte. De jongeren hangen rond bij een kapelletje aan de rivier; de enige schaduwplek uit het zicht van ouders en andere volwassenen. Daar geven ze elkaar opdrachten, waarmee een spel van uitdagen en grenzen verkennen begint. 

Wanneer Kyra – een meisje van over de grens dat van huis is weggelopen – haar tent opzet bij de rivier, verandert de groepsdynamiek. Kyra is een indringer. Ze is intrigerend, welbespraakt en onbevreesd. Ze doet Aylins wereld kantelen. Aylin voelt zich tot Kyra aangetrokken en weet zich daarmee geen raad. In de hoop geaccepteerd te blijven door de groep maakte ze een keuze die, door de sociale verhoudingen, fatale gevolgen heeft. 

Op de tragische afloop wordt herhaaldelijk voorgesorteerd, onder meer in de spelletjes die de vrienden spelen en de liedjes die ze neuriën. Je voelt de beklemmende sfeer en weet dat het misgaat. De symboliek ligt er soms wat erg dik bovenop. Toch is de afloop aangrijpend, ook door de zorgvuldig opgebouwde spanning. De gebeurtenissen in de zomer worden afgewisseld met scènes die zich drie jaar later, in een koude winter, afspelen. Aylin zint op wraak. Maar voor wie of wat precies? 

Het boek deed me denken aan Wij van Elvis Peeters. Beide romans zou je mooi kunnen combineren in een thematisch boekpaar, waarin herkenning versus vervreemding concepten zijn waarin leerlingen zich verder kunnen verdiepen.