Deze nieuwe roman van Marita de Sterck las ik voor het slapengaan en dat is niet bevorderlijk voor de nachtrust. Het verhaal komt namelijk nogal binnen. In Zoethout (2025) wordt een oude zaak rond een verdwenen meisje heropend nadat Amber in haar nieuwe woning opvallende kindertekeningen ontdekt. Die werpen een nieuw licht op de zaak. Als lezer krijg je vanuit diverse perspectieven gedoseerd informatie. Hoewel je best door hebt waar het naartoe gaat, raakt de ontknoping toch en is de spanning zorgvuldig opgebouwd.
Zoethout is meeslepend en typisch ‘Maria de Sterck’, zowel wat taalgebruik en situering (duidelijk Vlaams) als wat thematiek en culturele en antropologische inbedding betreft. Is het een typisch YA-boek? Dat misschien niet, als je alle kenmerken van YA-literatuur ernaast legt. Het is in de markt gezet als YA-boek voor jongeren vanaf vijftien jaar én als roman voor volwassenen. Dat gebeurde bij eerder werk van De Sterck (en enkele andere auteurs) ook. Een mooie roman dus om een open blik te houden op literatuur en niet te veel in hokjes te denken. Of zoals Bart Moeyaert ooit zei: ‘De doelgroep van een boek komt niet aan het licht, als je oeverloos over het verschil tussen jong en oud blijft emmeren. Ga uit van de Grote Gelijkenis, en dan blijkt de doelgroep wel, als je van de logo’s van uitgeverijen betekenisloze krullen maakt, je mond houdt en leest.’

